De herkomst van onze Riddersporen
 
Riddersporen zijn al heel lang, waarschijnlijk al van af begin van onze tuincultuur, bewoners van onze tuin. De interesse van de landbouwbedrijvende mens gold vroeger vooral de nuttige planten. Die als voedsel, geneeskrachtige of kruidenplant gebruikt konden worden, en Riddersporen dienden geen van deze doelen. Een uitzondering hier op is de eenjarige ridderspoor (Delphinium ajacis, tegenwoordig Consolida ambigua) die een geneeskrachtige werking heeft. Deze eenjarige Delphinium is afkomstig van het middellandse zee gebied. Van daar uit belande de plant in onze tuin.


Waar komt de naam Ridderspoor en Delphinium vandaan?
1.    De Nederlandse naam Ridderspoor is gemakkelijk te verklaren,
       iedere bloem heeft een naar achter wijzend spoor.

2.    De Latijnse naam ven Ridderspoor is Delphinium, ook deze naam is

       gemakkelijk te verklaren, iedere bloem lijkt min of meer op een Dolfijn.
 

Delphinium bloemen gesloten, lijken op een dolfijnen
Bloemen lijken min of meer op hoofdjes van een dolfijn.

In het begin van de 16e eeuw kwamen er ook planten alleen om hun schoonheid in de tuin.
In het boek ‘Hortus Eystettensis’ verschenen in 1613, staat een met de hand ingekleurde voorstelling met daarop een meerjarige ridderspoor.  Destijds nog niet omschreven als Delphinium maar; ‘Aconitum Lycoctotum flore Delphinij’ en dus bij de Monnikskap ingedeeld.
Met de naam 'Delphinji' duikt een naam op die later tot de geslachtsnaam Delphinium lijde
Ook tegenwoordig worden er nog vergissingen gemaakt door mensen, dat we te maken hebben met een Monnikskap in plaats van Delphinium.
Deze omschrijving kwam tot stand door de sterke gelijkenis tussen de bloemen en dolfijnen.
De plant in de ‘Hortus Eystettensis’ gaat het ongetwijfeld om de soort Delphinium elatum, een delphinium met blauwe bloemen. Die van nature voorkomt in de Alpen, Pyreneeën het hooggebergte.
In deze tijd waren al veel soorten eenjarige bekend, in meerdere kleuren, witte, blauwe en roze kleuren. Lange tijd veranderde hier niets aan, tot in de 2e helft van de 18e eeuw ook meerdere winterharde Delphiniums werden gekweekt.
In 1805 duiken er in het boek van ‘Bergers Taschenbuch für Blumenfreunde’ plotseling 6 winterharde soorten op, de vaste plant. Bijna alle dragen blauwe bloemen maar van verschillende tinten, Al deze soorten dragen enkele bloemen (5 bloem blaadjes), maar 1 soort ‘D. grandiflorum’ heeft dubbele bloemen (13 bloemblaadjes), eigenlijk hebben we hier te maken met de eerste cultivar van een meerjarige ridderspoor.
In de 19e eeuw kwamen er al snel andere riddersporen op de markt, de scharlakenrode ‘D. cardinale’,
In 1869 de invoering van de D. nudicaule (Rode bloem), in 1887 werd de ‘D. semibarbatum’ (D. Zalil gele bloemen).
Engelse en Franse teeltwerkzaamheden zorgden rond 1850 voor het begin.


Mooie Riddersporen in Engeland

Hoewel Duitsland vandaag de dag als klassiek Ridderspoorland bekend staat, vonden de eerste experimenten met veredelen en kruisen in Frankrijk en later Engeland plaats. De eerste echte tuinhybride uit Engeland is ‘D. Barlowii’ die in 1837 is opgenomen in het botanisch register van het koninklijk tuinbouwgenootschap in Groot-Briannië de Royal Horticultural Society. Dit soort ‘Barlowii’ behoorde toe aan een tuinman namens Mr. Barlow uit Manchester, die deze hybride ontwikkelde.  Van uit dit soort zijn vele cultivars ontwikkeld.
De franse firma Lemoine uit Nancy stond in Frankrijk bekend om zijn Riddersporen met  een veelzijdigheid aan bloemkleuren. Een andere Britse vastenplanten firma die onafscheidelijk met Riddersporen verbonden is en nog steeds bestaat, is de firma Blackmore and Langdon uit 1901.
 
 
Riddersporen uit Duitsland
 
Een belangrijke Duitse veredelaar is Karl Foerster.
Deze kweker, schrijver en tuinfilosoof, bereikte met zijn cultivars bijzondere resultaten.
Rond 1917 begon Karl Foerster Riddersporen te kweken, hij hanteerde strenge regels. Zo moesten zijn Riddersporen zuiver van kleur zijn, stevigheid en resistentie tegen meeldauw bezitten.
Een bekende uitspraak van Kal Foerster is: De ideale Ridderspoor is blauw, toch tegenwoordig enigszins achterhaald.
 
Door Karl Foerster gekweekte cultivars die tegenwoordig nog tot het standaard sortiment gerekend worden.



Riddersporen uit Nederland
 
De bekendste Nederlandse veredelaar van Delphinium is de firma Sahin uit de Kwakel.
Tot 2006 hebben zij zich intensief bezig gehouden met het veredelen en ontwikkelen van  nieuwe rassen die geschikt zijn voor de Snijbloemen teelt. Verschillende Sahin soorten als: Elisabeth Sahin, en Lucia Sahin, en de bekende Centurion serie zijn van hen afkomstig.
In 2006 heeft de firma Takii ook uit de kwakel het stokje overgenomen.